Menu
Automatiseringstechniek - gegevensoverdracht en stroomtoevoer
Filter producten
Aantal polen
Het aantal polen geeft het aantal contacten van een connector aan.
Vergrendeling
De vergrendeling beschrijft hoe de pen- en buselementen met elkaar worden verbonden.
  • 1/2 UNF 1/2″ UNF is een Amerikaanse maateenheid en beschrijft in het geval van connectoren de grootte van de vergrendelingsdraad.
  • 7/8" 7/8″ is een Amerikaanse maateenheid en beschrijft in het geval van connectoren de grootte van de vergrendelingsdraad.
  • M12 De verbinding kan met schroeven worden vastgezet. ‘M’ staat hier voor metrische draad en het getal voor de buitendiameter.
  • M18 De verbinding kan met schroeven worden vastgezet. ‘M’ staat hier voor metrische draad en het getal voor de buitendiameter.
  • M8 De verbinding kan met schroeven worden vastgezet. ‘M’ staat hier voor metrische draad en het getal voor de buitendiameter.
Beschermingsgraad
De beschermingsgraden volgens IEC 60529 zijn bij verschillende artikelen van toepassing en geven informatie over de bescherming tegen het binnendringen van water en vaste materialen, bijvoorbeeld stof.
  • IP20 Bescherming tegen aanraking met de vingers en tegen vaste voorwerpen met Ø > 12,5 mm. Geen bescherming tegen water.
  • IP40 Bescherming tegen aanraking met een werktuig, draden o.a. met Ø > 1 mm en tegen indringen van vreemde voorwerpen met Ø > 1 mm. Geen bescherming tegen water.
  • IP67 Volledige bescherming tegen aanraking en tegen binnendringen van stof. Bescherming tegen binnendringen van water bij tijdelijk onderdompelen (diepte: 1 m, duur: 30 minuten).
  • IP67 met afdichting, zie accessoires Volledige bescherming tegen aanraking en tegen binnendringen van stof. Bescherming tegen binnendringen van water bij tijdelijk onderdompelen (diepte: 1 m, duur: 30 minuten).
  • IP68 Volledige bescherming tegen aanraking en tegen binnendringen van stof. Bescherming tegen binnendringen van water bij tijdelijk onderdompelen (duur: 24 uur, diepte: 2 m waterdiepte), eis volgens afspraak tussen fabrikant en gebruiker.
  • IP68/IP69K <u>IP68:</u> Volledige bescherming tegen aanraking, bescherming tegen binnendringen van stof. Bescherming tegen binnendringen van water bij tijdelijk onderdompelen (duur: 24 uur, diepte: 2 m waterdiepte), eis volgens afspraak tussen fabrikant en gebruiker.<br><br><u>IP69K:</u> Volledige bescherming tegen aanraking, bescherming tegen binnendringen van stof. Bescherming tegen binnendringen van water uit elke richting bij sterke druk (8.000-10.000 kPa) uit een straal of stoomreiniger.
Geleiding
Via de keuze van de uitvoering kunnen bepaalde technische specificaties worden gedefinieerd, bijvoorbeeld kabeluitgang of afmeting.
Montagewijze
Connectoren kunnen worden onderscheiden door de montagewijze: connectoren die aan apparaatbehuizingen (montage op paneel) worden gemonteerd en connectoren die aan kabels worden bevestigd.
  • Behuizingmontage Connectoren die aan apparaatbehuizingen kunnen worden gemonteerd. De bevestiging kan met een borgmoer of door inschroeven (draadgat vereist) worden gerealiseerd.
EMC
Elektromagnetische compatibiliteit (EMC) betekent dat een connector afschermbaar of afgeschermd is. Dit is noodzakelijk, indien de door de connector geleide signalen of data alsmede andere apparaten niet door elektromagnetische effecten mogen worden gestoord.
Productsegment
Binder-toepassingsgebieden resp. aard van de connector.
  • Automatiseringstechniek De voortschrijdende digitalisering maakt met de moderne productietechnologieën steeds kleinere en krachtigere elementen voor sensoren en netwerken mogelijk. Met ‘sensoren’ wordt hier bedoeld: de detectie van fysische grootheden, die in elektrische grootheden worden omgezet. Deze elektrische grootheden worden omgezet in een digitaal signaal, dat via buscommunicatie naar andere busapparaten kan worden doorgestuurd. Hierbij moet de geautomatiseerde productie in de toekomst nog meer modulair en flexibeler worden. Daarvoor worden bij voorkeur gestandaardiseerde connectoren ingezet, zoals de modellen M8 en M12. De wereldwijde beschikbaarheid en de aanpassing van de connectoren aan een groot spectrum van toepassingen hebben al een groot aantal varianten, bijv. coderingen, doen ontstaan.
Codering
De verbindingselementen, stekker en bus, moeten voor de vergrendeling passend op elkaar worden afgestemd (codering). Zo wordt een verkeerd insteken voorkomen.
  • M12-B Deze codering werd als een van de eerste voor het toepassingsgebied van de veldbusbekabeling – bijvoorbeeld PROFIBUS – met 4 en 5 polen ontwikkeld, gestandaardiseerd en gebruikt volgens NEN-EN 61076-2-101. Oorspronkelijk uitgerust met een PE-contact, kon deze codering ook voor de energievoorziening worden gebruikt. De norm werd inmiddels aangepast, waarbij het PE-contact werd verwijderd.
  • M12-D Deze codering werd als een van de eerste voor het toepassingsgebied van de veldbusbekabeling – bijvoorbeeld PROFINET – als 4-polige, afschermbare connector ontwikkeld, gestandaardiseerd volgens NEN-EN 61076-2-101. De connector wordt gebruikt voor dataoverdracht met snelheden tot 100 Mbit/s.Dataoverdracht wordt steeds vaker toegepast en wint daardoor dus aan belang.
  • M12-K De M12 K-codering is een stroomcodering, die voor spanningen tot 630 V AC werd ontworpen. Hierbij kunnen draden met een doorsnede tot 2,5 mm² worden gebruikt.
  • M12-L De M12 L-codering is een stroomcodering, die voor stroomsterkten tot 16 A is ontworpen. Hierbij kunnen draden met een doorsnede tot 2,5 mm² worden gebruikt.
  • M12-S De M12 S-codering is een stroomcodering, die voor spanningen tot 630 V AC werd ontworpen. Hierbij kunnen draden met een doorsnede tot 1,5 mm² worden gebruikt.
  • M12-T De M12 T-codering is een stroomcodering, die voor stroomsterkten tot 16 A werd ontworpen. Hierbij kunnen draden met een doorsnede tot 1,5 mm² worden gebruikt.
  • M12-US Oorspronkelijk uit de VS afkomstig, is deze codering gestandaardiseerd volgens NEN-EN 61076-2-101 met 3-6 polen. Deze codering is met een voorijlend PE-contact uitgerust. Typische toepassingen zijn AC-sensoren, die in de VS zeer veel werden gebruikt.
  • M12-X Deze codering werd speciaal voor het toepassingsgebied van de databekabeling met hoge datahoeveelheden en overdrachtssnelheden – bijvoorbeeld PROFINET – ontwikkeld als 8-polige, afschermbare connector. Gestandaardiseerd volgens NEN-EN 61076-2-109, hebben de connectoren een overeenkomstig hoge beschermingsgraad en worden ze gebruikt voor dataoverdracht met snelheden tot 10 Gbit/s. Wereldwijd wordt dataoverdracht steeds vaker toegepast en daarmee wint het dus aan belang.
Aansluiting
De aansluitwijze definieert hoe kabels, draden of printplaten op de connector kunnen worden aangebracht.
  • aan de kabel gegoten Afzonderlijke draden worden geconfectioneerd en de kabel wordt door middel van kunststof spuitgietwerk met de connector verbonden.
  • dompelsolderen De speciale vorm van de contacten maakt een doorverbinding op een printplaat en een geautomatiseerd solderen door middel van golfsolderen mogelijk.
  • kabel Connectoren voor de kastmontage, waaraan een kabel geconfectioneerd is
  • kooiklem De verbinding van de afzonderlijke draden van een kabel met de contacten wordt door veerkracht gerealiseerd. Zo is een snelle confectionering mogelijk.
  • litzedraad Connectoren waarbij de contacten af fabriek op de afzonderlijke draden zijn aangesloten. Deze zijn dan individueel aansluitbaar.
  • opsteekbaar Adapters of verdelers die aan beide zijden met een connector worden aangesloten. Hierbij kan de uitvoering of vergrendeling aan de verschillende aansluitingen anders zijn.
  • penetratietechniek Doornen dringen door de draadmantel en brengen het elektrische contact met de draad tot stand.
  • reflow-solderen Soldeerproces waarbij de gehele connector in een soldeeroven aan de soldeertemperatuur wordt blootgesteld. Speciale kunststoffen maken een kortstondige temperatuurbestendigheid van > 260 °C mogelijk. Deze aansluitwijze maakt vooral de contactvorming op een printplaat mogelijk.
  • schroefverbinder De draden van een kabel worden met behulp van een schroef radiaal in het contact geperst, om zo het elektrische contact tot stand te brengen.
  • solderen Het contact en de draden van een kabel worden door middel van soldeertin verbonden.
  • zelfstrippende verbinder De draden van een kabel worden samen met de isolatie afzonderlijk in de snijklem geperst. Hierbij wordt de isolatie van de kabel doorgesneden en worden de draden met de klem verbonden, zodat het elektrische contact tot stand wordt gebracht.